Overschakelen van chloor naar een zoutwaterzwembad is goed te doen, ook als je bestaand bad al jaren op chloor draait. Het verschil zit hem in de manier van desinfecteren: bij een zoutzwembad voeg je zout toe aan het water, waarna een elektrolysecel dat zout omzet in chloor. Je gebruikt dus nog steeds chloor, maar je maakt het zelf aan uit zout in plaats van het direct toe te voegen. Dat scheelt werk en is zachter voor ogen, huid en zwemkleding.

Wat je nodig hebt om over te schakelen

Het belangrijkste nieuwe onderdeel is een zoutelektrolyse-installatie (ook wel zoutchlorineerder of saltwater chlorinator genoemd). Dit apparaat wordt aangesloten op je bestaande filtercircuit en zet het opgeloste zout continu om in chloor. Zonder dit apparaat heeft zout toevoegen geen enkel desinfecterend effect, dus dit is de kern van de overstap.

Kies een installatie die past bij het volume van jouw zwembad. Op de verpakking staat altijd een maximaal watervolume vermeld. Kies bij twijfel een maatje groter, want een te kleine cel werkt harder dan goed voor hem is en gaat sneller kapot.

Verder heb je nodig:

  • Zwembadzout (speciaal voor zoutelektrolyse, puur en fijnkorrelig)
  • Een testkit of digitale meter die ook het zoutgehalte meet
  • Eventueel een pH-correctiemiddel (pH-min of pH-plus)

Stap voor stap overschakelen van chloor naar zoutwaterzwembad

Stap 1: Reinig het water grondig. Zorg eerst dat het bestaande water schoon en helder is. Verwijder algen, brush de wanden en filter het water minimaal een halve dag. Begin niet met overschakelen als het water troebel of groen is.

Stap 2: Meet de huidige waterwaarden. Check de pH (streefwaarde 7,2 tot 7,6), de totale hardheid en het chloorgehalte. Corrigeer de pH als die buiten het bereik valt. Een goede pH is ook voor de zoutelektrolyse-installatie belangrijk: te lage pH tast de cel aan, te hoge pH vermindert de effectiviteit van het aangemaakt chloor.

Stap 3: Monteer de elektrolyse-installatie. Sluit de elektrolysecel aan op de retourleiding van je filter, achter de pomp en het filter. Volg de handleiding van het apparaat nauwkeurig. De meeste systemen zijn relatief eenvoudig te installeren met bestaande slangaansluitingen.

Stap 4: Voeg zout toe. Het gewenste zoutgehalte ligt bij de meeste installaties tussen de 3 en 5 gram per liter water (check de specificaties van jouw apparaat). Voor een zwembad van 50.000 liter heb je bij een streefwaarde van 4 gram per liter dus zo’n 200 kilogram zout nodig. Strooi het zout direct in het zwembad en laat de pomp minimaal 24 uur draaien zodat het volledig oplost. Meet daarna het zoutgehalte met een geschikte meter.

Stap 5: Start de elektrolyse-installatie. Als het zout volledig is opgelost en het zoutgehalte klopt, zet je de installatie aan. Stel de productietijd of het productiepercentage in op basis van de aanbeveling van de fabrikant en het volume van je bad. Na een dag of twee kun je het chloorgehalte controleren (streef naar 1 tot 1,5 mg/liter).

Stap 6: Bestaande chloorpotten of tabletten. Stop geleidelijk met het toevoegen van losse chloormiddelen zodra de elektrolyse het overneemt. Gebruik eventueel de laatste tabletten op in een drijvende dispenser totdat de installatie op kruissnelheid is.

Waterwaarden bijhouden na de overstap

Na het overschakelen gelden dezelfde streefwaarden als bij een chloorZwembad, maar er zijn een paar extra aandachtspunten. Het zoutgehalte daalt langzaam door verdamping, regenwater en spatverlies. Controleer het zoutgehalte minstens één keer per maand en vul bij als het onder de minimumgrens van het apparaat zakt. Dat is een simpele handeling: zout erbij strooien en de pomp laten lopen.

Let ook op de stabilisator (cyaanzuur). De elektrolysecel maakt onstabiel chloor aan, dat door zonlicht snel wordt afgebroken. Een stabilisatorwaarde van 30 tot 50 mg/liter beschermt het chloor tegen UV-afbraak. Check dit bij de jaarlijkse opening van het bad.

Kosten van de overstap

De grootste kostenpost is de aanschaf van de elektrolyse-installatie. Afhankelijk van het type en het watervermogen waarvoor het apparaat geschikt is, betaal je naar schatting (2025) tussen de 300 en 1.200 euro. Voor een gemiddeld tuinzwembad van 30.000 tot 60.000 liter zit je doorgaans in de middenmoot van dat bereik. De opstartkosten voor het benodigde zout vallen mee: een zak van 25 kilogram kost doorgaans een paar euro.

Op jaarbasis zijn de kosten voor zout lager dan die voor traditionele chloormiddelen. Wel is de elektrolysecel een slijtagedeel dat na gemiddeld vier tot acht jaar vervangen moet worden, afhankelijk van gebruik en onderhoud.

Wanneer is de overstap minder verstandig?

Een zoutwaterinstallatie is minder geschikt als jouw zwembad roestgevoelige materialen heeft zoals ongekuiperde roestvrijstalen ladders van lage kwaliteit, bepaalde aluminium onderdelen of een liner die niet bestand is tegen zoutwater. Controleer dit van tevoren in de productdocumentatie van je bad. Heb je een verwarmd bad? Dan kan een hogere watertemperatuur gecombineerd met zout versnelde corrosie geven op gevoelige onderdelen.

Overschakelen van chloor naar een zoutwaterzwembad is voor de meeste standaard tuinzwembaden een haalbare en prettige stap. Met de juiste installatie, de correcte zoutdosering en regelmatige controle van de waterwaarden heb je daarna beduidend minder gedoe met het doseren van chloormiddelen, en dat merkt je ook in het water zelf.