Een kraan uit de muur, ook wel een inbouwkraan genoemd, heeft een aantal duidelijke nadelen waar je van tevoren goed over na moet denken. Het grootste probleem is dat de installatie veel ingrijpender is dan bij een gewone opbouwkraan, en dat fouten achteraf moeilijk en duur te herstellen zijn. Hieronder lees je precies waar je tegenaan kunt lopen.

De nadelen van een kraan uit de muur

Bij een inbouwkraan worden alle leidingen en het mengmechanisme weggewerkt achter de wand. Dat ziet er strak uit, maar het betekent ook dat er een flinke opening in de muur gemaakt moet worden. Je hebt minimaal een paar centimeter inbouwdiepte nodig, en bij een dunne of dragende muur is dat simpelweg niet altijd mogelijk. In een renovatiewoning of bij een betonnen wand stuit je al snel op praktische beperkingen.

Een ander concreet nadeel is dat de installatie bijna altijd door een loodgieter gedaan moet worden. Je kunt een opbouwkraan in veel gevallen nog zelf aansluiten op bestaande aansluitpunten, maar bij een kraan uit de muur worden de leidingen opnieuw gelegd en ingewerkt. Dat zijn extra arbeidskosten bovenop de aanschafprijs van de kraan zelf.

Daarna komt het tegelwerk. Nadat de leidingen in de muur zijn weggewerkt, moet de wand weer worden dichtgemaakt en opnieuw betegeld. Dat betekent dat je bijna nooit alleen de kraan vervangt, maar tegelijk ook een stuk badkamer of keuken opnieuw moet inrichten. De totale kosten lopen daardoor snel op.

Moeilijk te bereiken bij lekkage of storing

Zodra alles dicht zit, zijn de leidingen en het inbouwgedeelte van de kraan niet meer zomaar bereikbaar. Bij een lekkage achter de wand of een defect aan het mengmechanisme moet er opnieuw een gat in de muur. In de praktijk betekent dit: tegels eruit, muur open, reparatie, opnieuw betegelen. Wat bij een opbouwkraan een klusje van een uur is, kan bij een inbouwkraan een klus van meerdere dagen worden.

Om dit risico te beperken wordt soms een inspectieluik ingebouwd, maar dat is lang niet altijd mogelijk of wenselijk vanuit esthetisch oogpunt. Het is een compromis dat het voordeel van de strakke uitstraling deels tenietdoet.

Hogere aanschafprijs

Een kraan die uit de muur steekt heeft doorgaans een hogere aanschafprijs dan een vergelijkbare opbouwkraan. Het inbouwgedeelte (ook wel het inbouwlichaam of de ruwbouwgroep) wordt apart verkocht van de afbouwset die je ziet. Je betaalt dus voor twee onderdelen. Vergeet ook niet dat de afbouwset die zichtbaar blijft, soms per serie of per fabrikant verschilt, wat de vervangbaarheid op de lange termijn ingewikkelder maakt als een model wordt stopgezet.

Minder flexibel bij verbouwing of verhuizing

Een opbouwkraan kun je relatief eenvoudig meenemen of vervangen door een ander model. Bij een kraan uit de muur zit je gebonden aan het inbouwgedeelte dat al in de wand verwerkt is. Als je later een ander merk of model wilt, moet het nieuwe afbouwdeel passen op het bestaande inbouwlichaam. Dat is niet altijd het geval, zeker niet als merken en maatvoering niet op elkaar aansluiten.

Bij een verhuizing laat je de inbouwkraan per definitie achter, terwijl je een opbouwkraan in principe kunt demonteren en meenemen. Dat maakt de investering in een inbouwkraan minder flexibel.

Wanneer is een kraan uit de muur toch de juiste keuze?

Voor een volledig nieuwe badkamer of keuken, waarbij de muren toch openliggen, vallen veel van de genoemde nadelen weg. Dan zijn de extra kosten voor het inwerken van leidingen beperkt, omdat je toch al aan het verbouwen bent. In dat geval weegt het strakke resultaat voor veel mensen op tegen de praktische bezwaren.

Maar kies je voor een kraan uit de muur in een bestaande, afgewerkte ruimte? Dan moet je eerlijk rekening houden met de hogere totaalkosten, de beperkte bereikbaarheid bij storingen en het feit dat je bij een probleem vrijwel zeker opnieuw moet tegelen. Voor wie zekerheid en lage onderhoudskosten belangrijk vindt, is een opbouwkraan in veel situaties de verstandigere keuze.