De afvoer van een fontein (wastafel) op het toilet zit standaard op een hoogte van ongeveer 30 tot 50 cm van de vloer, gemeten tot het midden van de afvoeropening in de muur of vloer. De exacte hoogte hangt af van het model fontein dat je kiest en of de afvoer in de muur of in de vloer wordt weggewerkt. Hieronder lees je welke maten je aanhoudt en waar je rekening mee houdt bij het bepalen van de juiste positie.

Standaardmaten voor de hoogte van de afvoer

Bij een wandafvoer (de meest gebruikte oplossing bij fonteinen) zit het midden van de afvoeropening meestal op 40 tot 50 cm hoogte. Dit sluit aan op de sifon van de meeste fonteinen, die doorgaans op een hoogte van 35 tot 45 cm onder het fonteintje hangt. De sifon verbindt het fonteintje met de muurafvoer; de afvoerbuis in de muur moet daarmee op gelijke hoogte zitten of iets lager, zodat het water met lichte helling wegstroomt.

Een vloerафvoer is minder gebruikelijk bij fonteinen, maar wel mogelijk. In dat geval loopt de afvoerbuis vanuit de sifon schuin omlaag naar de vloer. De buis moet dan een minimale helling van 1 à 2 cm per meter hebben om goed door te stromen.

De meest gebruikte buisdiameter voor de afvoer van een fontein is 32 mm. Dit is de Europese standaard voor hand- en fonteinkranen. Soms wordt ook 40 mm gebruikt, bijvoorbeeld als de afvoerbuis een langere horizontale route aflegt of aansluit op een bestaand 40 mm systeem.

Hoogte afvoer fontein toilet bepalen in de praktijk

De slimste aanpak is om eerst het model fontein te kiezen en daarna pas de afvoer in te meten. Elk model heeft een iets andere sifonpositie. Op het technisch blad van de fontein staat de exacte maat van de afvoeruitgang. Houd daarbij rekening met:

  • De montagehoogte van de fontein zelf (standaard 80 tot 85 cm van vloer tot bovenzijde fontein).
  • De afstand van de bovenzijde van de fontein tot de afvoeropening aan de onderkant (staat op het technisch blad).
  • De hoogte van de sifon die je plaatst (compacte sifons zijn handiger in kleine ruimtes).

Reken het zo terug: als de fontein op 82 cm hoogte gemonteerd wordt en de afvoeropening van het fonteintje zit 38 cm lager, dan zit die uitgang op 44 cm. De afvoer in de muur zit dan idealiter op 40 tot 44 cm, zodat de sifon licht afloopt richting de muur.

Afvoer wegwerken in de muur

Als je de afvoer in de muur wilt wegwerken (in een voorzetwand of door de muur te frezen), doe je dat het liefst vóórdat de vloer en wand worden afgewerkt. Meet de hoogte nauwkeurig op aan de hand van het gekozen fonteintje. Laat de muuruitgang op de juiste hoogte en diepte zitten, zodat er geen bochten nodig zijn die de doorstroming belemmeren. Zorg ook dat de buis naar de afvoerleiding in de vloer of wand met voldoende helling loopt, minimaal 1 cm per lopende meter.

Bij het wegwerken in een kleine toiletruimte is een compacte sifon (ook wel flesjesifon of buissifon) handig. Die neemt minder ruimte in dan een klassieke P-sifon en is makkelijker te verbergen achter het fonteintje.

Veelgemaakte fout: te vroeg afvoer plaatsen

Een bekende valkuil is de afvoer inbouwen vóórdat het fonteintje definitief gekozen is. Modellen kunnen onderling 5 tot 10 cm verschillen in de positie van de afvoeruitgang. Dat lijkt weinig, maar het kan betekenen dat de sifon niet meer past of scheef trekt. Wacht dus met het definitief plaatsen van de afvoer tot je het fonteintje in handen hebt, of kies een flexibele aansluitingsbuis die enige correctie toelaat.

Heb je de afvoer al vast zitten op de verkeerde hoogte, dan kun je werken met een verlengstuk of een gebogen aansluitstuk. Houd er wel rekening mee dat elke bocht de doorstroming iets vermindert; bij 32 mm afvoerbuizen wil je zo min mogelijk onnodige bochten.

Kort samengevat: plan de afvoer van je fontein op toilet op 40 tot 50 cm hoogte, kies een 32 mm wandafvoer, en stem de exacte maat altijd af op het technisch blad van het gekozen fonteintje. Dan hoef je later niets te corrigeren.