Een zoutwaterzwembad is heerlijk: het water voelt zacht aan, prikt minder aan je ogen en je hoeft niet voortdurend met chloorflessen in de weer. Maar zodra je begint, komt al snel de vraag: hoeveel zout moet er nu eigenlijk in? Te weinig en het systeem maakt onvoldoende chloor aan, te veel en je riskeert schade aan de elektrolysecel. In dit artikel reken je het voor jouw bad in een paar stappen uit.

Direct antwoord op jouw vraag

De meeste zoutsystemen werken het best bij een zoutgehalte tussen 3.000 en 5.000 gram per kubieke meter water (g/m³), oftewel 3 tot 5 kg per 1.000 liter. Lees altijd het advies van je eigen zoutelektrolyse-installatie na, want het ideale gehalte verschilt per merk. Onderstaande tabel geeft een richtlijn voor de eerste vulling bij een streefwaarde van 4 kg per 1.000 liter (4 g/l).

Inhoud zwembadBenodigd zout (eerste vulling, 4 g/l)Aantal zakken van 25 kg
10.000 liter (10 m³)40 kg± 2 zakken
20.000 liter (20 m³)80 kg± 3 tot 4 zakken
30.000 liter (30 m³)120 kg± 5 zakken
50.000 liter (50 m³)200 kg± 8 zakken
75.000 liter (75 m³)300 kg± 12 zakken

Let op: dit is de hoeveelheid voor een volledig nieuwe vulling. Heeft je bad al zout, dan vul je alleen het verschil aan tot de streefwaarde.

Stap 1: bereken de inhoud van je zwembad

Voordat je weet hoeveel zout je nodig hebt, moet je weten hoeveel water er in je bad zit. De formule hangt af van de vorm:

  • Rechthoekig bad: lengte (m) × breedte (m) × gemiddelde diepte (m) × 1.000 = inhoud in liters.
  • Rond bad: straal (m) × straal (m) × 3,14 × gemiddelde diepte (m) × 1.000 = inhoud in liters.
  • Ovaal bad: lengte (m) × breedte (m) × 0,89 × gemiddelde diepte (m) × 1.000 = inhoud in liters.

Een voorbeeld: een rechthoekig bad van 8 bij 4 meter met een gemiddelde diepte van 1,5 meter bevat 8 × 4 × 1,5 × 1.000 = 48.000 liter water. Werk je met een variabele diepte (bijvoorbeeld een schuine bodem), neem dan het gemiddelde van het ondiepe en het diepe deel.

Stap 2: bepaal de streefwaarde van jouw systeem

Elke zoutelektrolyse-installatie heeft een ideaal werkgebied. Dat staat in de handleiding van je eigen toestel. Houd globaal deze waarden aan:

ZoutgehalteBeoordelingWat te doen
Onder 3.000 g/m³Te laagZout bijvullen
3.000 tot 5.000 g/m³IdeaalNiets doen
Boven 6.000 g/m³Te hoogDeels water verversen

Een te hoog zoutgehalte kan de elektrolysecel beschadigen en metalen onderdelen sneller laten corroderen. Vul daarom altijd in kleine stappen bij en meet tussendoor.

Stap 3: reken de benodigde hoeveelheid zout uit

Nu je de inhoud en de streefwaarde kent, is de rest eenvoudig. De basisformule luidt:

Inhoud (liters) × streefwaarde (g/l) ÷ 1.000 = benodigd zout in kilogram

Voor het voorbeeldbad van 48.000 liter met een streefwaarde van 4 g/l betekent dat: 48.000 × 4 ÷ 1.000 = 192 kg zout. Dat zijn bijna acht zakken van 25 kg voor de eerste vulling. Heb je al een restgehalte van bijvoorbeeld 2 g/l in het water, dan hoef je maar de helft bij te vullen.

Snel rekenvoorbeeld stap voor stap

  1. Meet de inhoud: 48.000 liter.
  2. Kies de streefwaarde: 4 g/l.
  3. Meet het huidige gehalte: 0 g/l (nieuw water).
  4. Verschil: 4 g/l.
  5. Bereken: 48.000 × 4 ÷ 1.000 = 192 kg zout.

Wanneer en hoe vaak moet je zout bijvullen?

Zout verdwijnt niet zomaar uit je water. Tijdens de elektrolyse wordt het telkens opnieuw omgezet in chloor en daarna weer terug naar zout, een kringloop die zichzelf in stand houdt. Toch daalt het gehalte langzaam door verdunning. De belangrijkste oorzaken zijn:

  • Regenwater dat het bad verdunt.
  • Terugspoelen van de filter, waarbij je water (en dus zout) wegspoelt.
  • Water dat door zwemmers wordt meegenomen of door verdamping moet worden aangevuld.

In de praktijk vul je een paar keer per seizoen wat zout bij, vaak na het opstarten in het voorjaar en na een periode met veel regen. Meet het gehalte met een teststripje of de uitlezing van je installatie en vul alleen aan tot de streefwaarde.

Een goed startpunt voor je voorraad vind je in het assortiment zwembadzout, waar je zout speciaal voor zwembaden per zak of per pallet kunt bestellen.

Welk zout gebruik je voor een zwembad?

Niet elk zout is geschikt. Voor een zwembad gebruik je speciaal zwembadzout: zuiver natriumchloride met een hoog gehalte, vrij van antiklontermiddelen en andere toevoegingen die je water troebel kunnen maken of de cel beschadigen. Keukenzout of onthardingszout lijkt misschien een goedkoop alternatief, maar bevat vaak additieven die niet thuishoren in zwemwater. Kies daarom altijd zout dat als zwembadzout wordt verkocht en let op een zuiverheid van bij voorkeur 99,9 procent natriumchloride.

Fijn of grof zout?

Voor zwembaden wordt meestal grofkorrelig zout gebruikt. Dat lost gelijkmatig op en stuift minder. Strooi het zout langzaam uit over het bad, bij voorkeur in het ondiepe gedeelte, en laat de pomp een aantal uur draaien zodat het volledig oplost voordat je de elektrolyse inschakelt. Borstel eventueel onopgeloste resten van de bodem.

Veelgemaakte fouten bij het doseren

  • Te snel te veel zout toevoegen zonder tussentijds te meten. Vul liever in twee of drie keer.
  • De zoutmeter niet ijken, waardoor je op een verkeerde waarde stuurt.
  • Zout toevoegen terwijl de elektrolyse aanstaat. Schakel de cel uit tot het zout volledig is opgelost.
  • De inhoud van het bad te ruim inschatten, waardoor je structureel te veel doseert.

Kort samengevat

Hoeveel zwembadzout je nodig hebt, hangt af van twee dingen: de inhoud van je bad en de streefwaarde van je systeem. Reken de inhoud uit, houd een streefwaarde van ongeveer 4 g/l aan (of de waarde uit je handleiding) en gebruik de formule inhoud × streefwaarde ÷ 1.000. Vul in stappen bij, meet tussendoor en kies altijd zuiver zwembadzout. Zo houd je je water het hele seizoen helder en zacht, met een minimum aan onderhoud.